Alle aandacht voor dienen laat onverlet dat een leider ook gewoon moet leiden. Hij of zij moet de richting aangeven en mensen in beweging krijgen. Niet via dwang, maar via overtuigingskracht. Werkelijke overtuigingskracht is meer dan een goed betoog. Het berust ook op morele autoriteit. Het is het vermogen om op zo'n manier iets naar voren te brengen dat anderen hun eigen, andere mening los durven laten en overtuigd raken van de waarde van het nieuwe argument. Dat vraagt om een vastberaden en vriendelijke benadering met respect voor tegenwerpingen, twijfels en vragen.
